werkgever werknemer

Je baan veranderen zonder van baan te veranderen

Heb jij al eens gehoord van jobcrafting? Wanneer je het niet meer naar je zin hebt op je werk, kun je op zoek gaan naar een nieuwe werkgever. Maar helaas is het niet altijd makkelijk om over te stappen.

Jobcrafting gaat uit van het principe dat je initiatief toont en zelf de leiding neemt in het vormgeven van je baan. Je leert met een open blik naar je baan kijken met het doel deze beter aan te sluiten op je persoonlijke behoeftes, sterke kanten, interesses en capaciteiten. In dit artikel beschrijf ik hoe je dat zelf kan doen d.m.v. opdrachten. Wanneer je meer wil weten, neem dan gratis contact met mij op.

“Mijn betrokkenheid, motivatie en tevredenheid is toegenomen sinds ik met Inge heb gesproken over mijn werk”. 

Ken je mensen die op een feestje altijd zitten te klagen over hun werk? Ze mopperen op hun baas of het management en vertellen wat er allemaal beter en anders kan en moet. Als je ze vraagt of ze al in gesprek zijn geweest met hun werkgever, krijg je te horen dat ze er toch niets aan kunnen veranderen. Dit klopt niet…….

Er is altijd een oplossing

Je hebt altijd een bepaalde mate van vrijheid om je werk aan te passen en in gesprek te gaan. Door goed te kijken naar de context waarin je je bevindt, is het mogelijk om situaties te vinden waarin je je werk (enigszins) kunt veranderen. Dit kan zitten in:

  • de wijze waarop je over je werk denkt
  • de soorten werkrelaties die je wel of niet aangaat
  • de inhoud van je takenpakket

Als je weet waar ruimte zit, kun je kijken hoe je dit wilt gaan doen. Je kunt gaan nadenken over welke taken je wilt oppakken, bijschaven of afstoten en wie je wel of niet bij dit proces gaat betrekken. Uiteraard met oog voor de organisatiedoelstellingen en zonder collega’s of klanten te benadelen.

“Met jobcrafting houd en maak je je werk gezond, betekenisvol, plezierig en uitdagend”. 

Wat zijn je taken?

Voordat je daadwerkelijk aan je werk kunt gaan sleutelen, zul je eerst moeten weten welke taken je precies hebt. Noteer zowel de grote als de kleine taken. Pak eventueel je functiebeschrijving er eens bij en kijk in je agenda of je geen werkzaamheden bent vergeten.

Welke werkoriëntatie heb jij?

 De plaats van werk in je leven is van groot belang voor de manier waarop je het uitvoert. Wat verwacht je van je werk; wat moet het je opleveren en wat mag het je kosten? Het is goed om jezelf af te vragen in welke mate je dagelijkse werkzaamheden aansluiten bij het doel dat je hebt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie vormen van werkoriëntatie:

  • Werk als broodwinning. Je ziet je werk vooral als een manier om brood op de plank te krijgen. Het geeft je de mogelijkheid om buiten je werk die dingen te doen die je graag doet.
  • Werk als een carrière. Je wilt hogerop en je ziet je werk als een manier om status en macht te vergaren.
  • Werk als roeping. Je ziet je werk als een middel om bijdrage te leveren aan een betere wereld.

Welke werkoriëntatie past het meest bij jou? Welke het minst? Het kan zijn dat je werkoriëntatie in de loop van de jaren is veranderd.

Ga aan de slag met mijn opdrachten

Misschien heb je een bepaalde opleiding gevolgd, omdat je ouders dit graag wilden of heb je bij een werkgever gewerkt waar je het helemaal niet naar je zin had. Wat er in je verleden is gebeurd, kun je niet meer veranderen. Je kunt wel leren van de keuzes die je hebt gemaakt en van de ervaringen die je hebt opgedaan en deze inzichten gebruiken voor de toekomst.

Opdracht 1

Pak een groot vel papier en leg het horizontaal voor je neer. Zet helemaal rechts een stip. Dit is het punt waar jij je nu bevindt in je carrière. Op het grote lege vlakte aan de linkerkant schrijf je op hoe je in het verleden je werk en leven hebt vormgegeven. Begin allereerst met de harde feiten: welke studies en cursussen heb je gevolgd, waar heb je precies gewerkt, wat waren je taken? Ook de antwoorden op de volgende vragen verwerk je op het vel:

  • Wat voor werk deden je ouders? Welke taken hadden zij? Wat heb je geleerd van het werk van je ouders? Wat voor idee over werk hebben zij jou meegegeven?
  • Welke rolmodellen en voorbeelden – zowel binnen als buiten je werk – waren grote inspiratiebronnen voor jou?
  • Welke fouten heb je gemaakt?
  • Van welke zaken heb je spijt?
  • Op welke zaken ben je trots?

Nu je je verleden in kaart hebt gebracht en beter zicht hebt op wat je wel en niet wilt en wat wel en niet bij je past, kun je je blik richten op de toekomst en bepalen welke stappen je kunt zetten om het werk te creëren dat beter bij je past.

Wat doe je nu precies?

Pak de antwoorden op de vraag wat je werkzaamheden in je huidige werk zijn er nog eens bij. Hoeveel werktijd besteed je aan deze taken? Zet je werkzaamheden eens op volgorde van grootte. De taak waarmee je de meeste tijd kwijt bent zet je dus op de eerste plaats, de kleinste taak zet je op de laatste plek. Vervolgens ga je kijken welk doel de verschillende taken hebben en voor welke belanghebbenden je deze taken uitvoert. De doelen kunnen heel abstract zijn, zoals zorgen voor een duurzamere wereld of meer omzet genereren of heel specifiek, zoals patiënten helpen met toiletbezoek. Belanghebbenden kunnen jijzelf, klanten, management en directe collega’s zijn. Noteer maximaal vijf primaire werkdoelen.

Beantwoord de volgende vragen:

  • Wat is de kern van je werk?
  • Hoe veelzijdig is je baan als je naar je taken kijkt?
  • Is je werk geconcentreerd om een grote hoofdtaak of voer je veel kleine taken uit?
  • Lever je een brede bijdrage of bedien je slechts een kleine groep belanghebbenden?
  • Zijn je werkzaamheden sinds je met deze baan begon hetzelfde gebleven of is het werk veel veranderd?

Je antwoorden geven je een beeld van je takenpakket en de veelzijdigheid of juist eenzijdigheid van je werk. Ze geven je handvatten om te zien welke aspecten van je werk je vreugde geven. Het laat je ook inzien welke aspecten van je werk energie kosten en dus niet of onvoldoende aansluiten bij je sterke kanten, wensen, behoeften of interesses.

Welke stappen ga je concreet zetten?

In deze stap sta je stil bij de vraag waarom sommige onderdelen van je werk niet (meer) aansluiten bij je behoeftes, sterke kanten en capaciteiten en wat je hier concreet aan kunt doen. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom je aan je werk zou willen sleutelen:

  • Een betekenisvolle bijdrage leveren aan de maatschappij
  • Voorkomen of kunnen omgaan met negatieve kanten van het werk
  • Kwijt kunnen van persoonlijke sterke kanten en passies in het huidige werk

Succes en wanneer je nog vragen hebt….. neem gratis contact met mij op.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*